Borstvergroting en borstvoeding

De combinatie van een borstvergroting en borstvoeding roept regelmatig vragen op. Afhankelijk van het type borstvergroting dat u heeft laten toepassen of wilt laten toepassen, is het geven van borstvoeding vaak mogelijk. Protheses kunnen worden ingebracht via een snee rondom uw tepelhof, in uw oksel of in de borstplooi. Wilt u uw borsten laten vergroten en heeft u een kinderwens? Bespreek met de chirurg wat de beste behandelmethode is en welke invloed de ingreep heeft op het geven van borstvoeding.

Borstvergroting en borstvoeding.

Borstvergroting en borstvoeding.

Kinderwens of zwangerschap na borstvergroting

Een zwangerschap verandert veel in uw lichaam. Hormonen spelen hierbij een belangrijke rol. Ook uw borsten blijven tijdens deze bijzondere periode niet onveranderd. Ondanks dat het na een borstvergroting vaak mogelijk is om borstvoeding te geven, wordt geadviseerd om de borstcorrectie pas toe te laten passen nadat een kinderwens is vervuld. De manier waarop de borstprotheses worden ingebracht verschilt en wordt tijdens een intakegesprek bij een cosmetische arts met u besproken. De meest gebruikelijke manier voor het plaatsen van borstprotheses is door middel van een kleine incisie in uw borstplooi. Littekens vallen in de borstplooi en vallen niet of nauwelijks op. Minder vaak worden protheses via uw oksel of de tepelhof ingebracht. De combinatie van een borstvergroting en borstvoeding is lastig wanneer de protheses via uw tepelhof zijn ingebracht. Om deze ingreep uit te voeren snijdt de chirurg een gedeelte van de melkklieren door, wat een daling van de melkproductie betekent. U maakt dan mogelijk onvoldoende melk aan voor uw pasgeboren kindje. Dit in tegenstelling tot het plaatsen van borstimplantaten via de oksel of in een borstplooi, waarbij de melkklieren intact blijven.

Borstvergroting en borstvoeding risico’s

Implantaten hebben invloed op zowel het klierweefsel als de in de borst aanwezige melkkanalen. Door het plaatsen van prothesen kan de lokale doorbloeding beïnvloed worden en kunnen zowel de zenuwbanen, melkklieren als melkkanalen beschadigen. Naast het onvoldoende aanmaken van melk, kunnen implantaten ook ongemakken veroorzaken bij de stuwing. Wanneer uw baby borstvoeding drinkt, worden de zenuwuiteinden in zowel de tepel als tepelhof gestimuleerd. De zenuwen geven een signaal af aan de hersenen. De juiste overdracht van gegevens is alleen mogelijk als de zenuwbanen intact zijn. Uw hersenen geven vervolgens oxytocine en prolactine af. Prolactine is nodig voor het aanmaken van melk op het moment dat de baby wordt aangelegd. Kort na de bevalling geven uw hersenen automatisch grotere hoeveelheden prolactine af, ook zonder tepelstimulatie. Zijn uw zenuwbanen als gevolg van een borstvergroting beschadigd? Dan kan stuwing optreden. Oxytocine daarentegen zorgt ervoor dat de aangemaakte melk in de melkkanalen richting uw tepel wordt gestuwd. Dit wordt ook wel de toeschietreflex genoemd. De toeschietreflex zorgt voor het legen van de mekklieren en het beschikbaar maken van melk voor de baby. Bij beschadiging van de zenuwbanen komen de signalen niet aan in de hersenen en wordt het geven van borstvoeding moeilijk, zo niet onmogelijk.

Wel of geen borstvergroting?

De technieken om een borstvergroting toe te laten passen zijn aan voortdurende ontwikkeling en verfijning onderhavig. Zo is het tegenwoordig mogelijk en veel gevraagd om een borstvergroting met lichaamseigen vet te doen. De chirurg zuigt eerst vet weg van plaatsen waar het zich heeft opgehoopt. Het geoogste vet wordt gezuiverd en vervolgens door middel van lipofilling in de borsten geïnjecteerd. Deze borstvergroting met eigen vet is niet van invloed op het geven van borstvoeding. Helaas kan een borstvergroting met lipofilling niet bij iedereen toegepast worden; u moet over voldoende opgehoopt vet beschikken dat met behulp van liposuctie weggezogen kan worden. Heeft u van nature onderontwikkelde, kleine borsten en overweegt u een borstvergroting? Onderontwikkelde borsten hebben van nature minder melkklierweefsel waardoor er minder moedermelk wordt aangemaakt. Een borstvergroting heeft hierop geen invloed en het geven van borstvoeding kan problematisch zijn.

Opbouwen melkproductie na borstvergroting

Heeft u in het verleden een borstvergroting laten toepassen en twijfelt u aan het geven van borstvoeding? In dat geval kan extra aandacht voor het opbouwen van de melkproductie noodzakelijk zijn. Om het klierweefsel optimaal te stimuleren houdt u rekening met een aantal factoren:

  • De baby zo snel mogelijk na de bevalling aan de borst leggen.
  • Kies voor veel huid-op-huid contact tussen moeder en baby.
  • Biedt uw baby op frequente basis de borst.

Een van de voordelen van het frequent geven van borstvoeding is dat stuwing verminderd kan worden. Zowel pijn als ongemakken worden hiermee deels voorkomen en verminderd. De invloed van siliconen borstprotheses op de kwaliteit van moedermelk is wereldwijd onderzocht. Bij deze onderzoeken werd de moedermelk van moeders mét en zonder borstvergroting vergelijken. De onderzochte moedermelk bevatte evenveel silicium. Zowel de melk van moeders met en zonder borstprotheses bevat minder silicium dan koemelk en flesvoeding. Feit is wel dat vrouwen die een borstcorrectie hebben ondergaan vaker problemen ondervinden met het produceren van voldoende moedermelk voor een pasgeborene. Aandacht dient te worden besteed op tekenen van een achterblijvende melkproductie. In dat geval kan het tekort worden aangevuld met flesvoeding.

Informatie borstvoeding en borstvergroting mogelijkheden

Heeft u een kinderwens en overweegt u tegelijkertijd om uw borsten te laten vergroten? Laat u vooraf goed informeren door een ervaren specialist. Online vindt u op verschillende fora informatie voor en door zwangere en pas bevallen vrouwen. Lees hier hoe zij het geven van borstvoeding ervaren. Op een forum kunt u ook vragen stellen over het geven van borstvoeding na een borstvergroting. Deze ervaringen geven u meer inzicht in de mogelijkheden en/of problemen waar andere vrouwen mee geconfronteerd worden. Cosmetisch artsen adviseren meestal om te wachten met een borstvergroting totdat uw eventuele kinderwens is vervuld. Afhankelijk van uw redenen en wensen om een borstvergroting toe te laten passen is het goed om uzelf te laten adviseren door een ervaren arts. De arts kan aan de hand van voorbeelden laten zien wat in uw situatie de beste oplossing is. De mooiste resultaten worden doorgaans bereikt als een borstvergroting wordt toegepast, nadat u eerder borstvoeding heeft gegeven. De artsen van Acura Medisch Centrum in Weert passen jaarlijks honderden borstcorrecties toe en geven u graag advies. Maak een afspraak voor een gratis consult en krijg antwoord op de vragen die u heeft met betrekking tot een borstvergroting en borstvoeding.

Borstvergroting en borstvoeding – FAQ

1. Is een zwangerschap na een borstvergroting mogelijk?

Zeker, al wordt vaak geadviseerd om een borstvergroting pas na het vervullen van een kinderwens te laten doen. Als gevolg van de zwangerschap rekt de huid van de borsten uit. In combinatie met prothesen kan dit uw borsten er minder mooi uit laten zien. Herstelt de huid zich niet volledig na de zwangerschap, dan kan een nieuwe borstcorrectie wenselijk zijn.

2. Kan ik na een borstvergroting borstvoeding geven?

In de meeste gevallen is het mogelijk om ook na een borstvergroting borstvoeding te geven. Zowel de zwangerschap als het geven van borstvoeding kunnen van invloed zijn op de vorm en het uiterlijk van uw borsten.

3. Moeten de protheses vervangen worden, als ik stop met het geven van borstvoeding?

Nee, het geven van borstvoeding is nauwelijks van invloed op de protheses. De huidige generatie protheses zijn veilig en hoeven doorgaans niet vervangen te worden.

4. Is kapselvorming een gevolg van het geven van borstvoeding?

Nee, borstvoeding is hierop niet van invloed. Kapselvorming wordt veroorzaakt door het overmatig samentrekken van de weefsels rondom de prothese. Het gevolg hiervan is ruimtegebrek, waardoor de prothese harder aanvoelt en een afwijkende vorm kan krijgen. Het gebruik van implantaten met een ruwe buitenkant, kan kapselvorming deels voorkomen.

5. Krijgt elke vrouw na een borstvergroting te maken met kapselvorming?

Nee, bij de huidige generatie protheses is de kans op kapselvorming minimaal. In extreme gevallen kan een chirurgische ingreep noodzakelijk zijn. De protheses worden verwijderd en u kunt nieuwe protheses laten plaatsen.

6. Welke protheses kan ik laten plaatsen als ik later nog borstvoeding wil geven?

Siliconen protheses hebben verschillende vormen. Zo kunt u kiezen voor de ronde protheses of voor de druppelvormige protheses. Deze keuze is persoonlijk en wordt uitgebreid met u besproken tijdens het consult bij de plastisch arts. Heeft u van nature weinig vetweefsel dan zal een arts adviseren te kiezen voor een druppelvormige, anatomische, prothese. Deze protheses hebben een natuurlijke vorm en laten de protheseranden minder goed zien. Een enkele keer gebeurt het dat de protheses draaien, waardoor een afwijkende borstvorm ontstaat. Dit wordt operatief gecorrigeerd.

7. Is een nieuwe cupmaat van invloed op het geven van borstvoeding?

Nee, een cupmaat is heel persoonlijk en niet van invloed op het al dan niet geven van borstvoeding. Een ervaren plastisch chirurg laat u de verschillende mogelijkheden zien en wijst u zowel op de voor- als nadelen van kleine en grote protheses.

8. Zijn ingetrokken tepels problematisch bij borstvoeding?

Na een borstvergroting bestaat de kans op ingetrokken tepels. Dit is niet schadelijk, maar kan het uiterlijk van uw borsten beïnvloeden. Het is mogelijk om een chirurgische correctie te doen, na een correctie blijven de tepels meestal rechtop staan. Een specialist kan u voor en na foto’s laten zien van het corrigeren van ingetrokken tepels.

9. Krijgen mijn borsten een andere uitstraling door borstvoeding?

Het resultaat die u na de borstvergroting heeft, is doorgaans permanent. Onder invloed van bepaalde omstandigheden of situaties kan zowel de vorm als het uiterlijk veranderen. Zo zijn een zwangerschap en borstvoeding van invloed op het uiterlijk van uw borsten, maar zijn ook factoren als veroudering en/of een forse gewichtstoename of -afname van invloed op de uitstraling van uw borsten. Het is mogelijk om de protheses te laten vervangen, zodat uw borsten weer bij uw lichaamscontouren passen.

10. Vallen de littekens van een borstvergroting op?

Ervaren artsen tekenen voor aanvang van de ingreep de plaatsen waar de incisies komen af op uw borst. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de natuurlijk huidplooi onder de borst en in de oksels. Afhankelijk van de operatietechniek kan ook rondom de tepelhof een incisie gemaakt worden. De littekens herstellen vanzelf. Na een jaar ziet u hoe de littekens opgaan in de omliggende huid en nog nauwelijks zichtbaar zijn.

11. Moet ik speciale onderkleding dragen bij het geven van borstvoeding na een borstvergroting?

Direct na de borstvergroting draagt u gedurende een bepaalde periode een naadloze sportbeha. Hierdoor krijgen uw borsten de nodige ondersteuning en verloopt het herstel voorspoedig. Na een bevalling is het niet noodzakelijk om andere onderkleding dan gebruikelijk te dragen. U kunt een speciale voedingsbeha dragen die zich aan de vorm van uw borst aanpast. Een voedingsbeha is comfortabel en eenvoudig te openen voor het voeden van uw baby.

12. Hoelang na het stoppen met het geven van borstvoeding kan ik een borstvergroting laten doen?

Na een zwangerschap gebeurt het soms dat uw borsten er anders uitzien dan voorheen. De hormonale veranderingen zorgen ook voor lichamelijke veranderingen. Het is niet exact te zeggen hoelang u ‘moet’ wachten met een borstvergroting na de bevalling. Als u geen borstvoeding geeft dan kunt u 6 maanden na de bevalling een borstvergroting laten toepassen. Vrouwen die borstvoeding geven, moeten na het stoppen hiervan nog 6 maanden wachten.

13. Kan ik na een borstlift borstvoeding geven?

Een borstlift is niet hetzelfde als een borstvergroting. Als gevolg van natuurlijk slapper wordende huid kunnen uw borsten gaan afhangen. Met behulp van een borstlift krijgen de borsten een verbeterde uitstraling. De overtollige huid- en vetweefsels worden verwijderd. Dit houdt in dat ook de tepel verplaatst zal moeten worden. Dit kan van invloed zijn op het geven van borstvoeding. Plastisch artsen adviseren soms om na een borstlift geen borstvoeding te geven.

14. Kan ik na een borstverkleining borstvoeding geven?

Bij het verkleinen van de borsten wordt borstweefsel verwijderd. Als de melkklieren intact blijven en niet verwijderd worden, is het zeker mogelijk om na de ingreep nog borstvoeding te geven. Uiteraard moeten de melkklieren daarvoor wel verbonden zijn met de tepel.

15. Is het pijnlijk om borstvoeding te geven na een borstvergroting?

Niet iedere vrouw kan borstvoeding geven. Dit geldt zowel voor vrouwen die geen borstvergroting hebben ondergaan als zij die dat wel hebben laten doen. Iedere vrouw ervaart het geven van borstvoeding op eigen wijze. De ene persoon heeft hier een beter gevoel bij dan de andere persoon. U kunt uw gevoelens bespreken met uw arts, deze kan aangeven waar het veranderde gevoel vandaan komt.

Menu